
Columnist Arian Foppen treurt voor en over dolfijn Honey: ‘Deze kleine friemel is bijna twee keer zo oud geworden als hoort’
25 januari 2026 om 17:00 ColumnHARDERWIJK Door een fout in mijn hoofd begrijp ik liedjes vaak verkeerd. Nederlands of Engels, maakt niet uit, Chinese ook trouwens, of die van Skik. Zo dacht ik altijd dat Rood van Borsato over een kleur ging of zo, maar dat lijkt achteraf over een eerste menstruatie te gaan. En denk ik dat YMCA gaat over homokroegen in New York in de jaren tachtig, maar blijkbaar is het één van de meest hetero-alfa-achtige nummers die Donald Trump kon vinden.
Datzelfde probleem heb ik met Honey van Bobby Goldsboro. Een liedje waar ik altijd een brok van in mijn keel kreeg -omdat het over het verlies van een dierbare lijkt te gaan-, maar als je beter luistert dan gaat het over een konijn, of over een boom. Weet ik het. En vooral dat laatste liedje stuiterde deze week vrij vaak door mijn hoofd.
Honey stond op een cassettebandje wat wij -lees; pa, ma, zus, hond en ik- luisterden op vakantie. Zo’n bandje met muziek van je ouders dat je zo door je strot gedouwd krijgt dat psychologen daar zelf weer van op vakantie kunnen. Op dat bandje stond ook Smoke Gets In Your Eyes van de Platters, een zeer toepasselijk liedje voor twee kettingrokende ouders op de voorbank en twee lymeklierkanker ontwikkelende kinderen op de achterbank, maar soit; het waren de jaren tachtig - ik had een matje, mijn zus schoudervullingen en onze ouders geen riem.
Dat liedje donderde deze week door mijn hoofd omdat er een Honey overleed. Of overleed, ze werd geëuthanaseerd. Niet per se op haar verzoek, want ondanks dat ze vreselijk intelligent was, kon ze niet praten. Waarom niet? Ze was een dolfijn. En niet zo maar eentje: de oudst levende. 54 is ze geworden! De oudst levende! Of nu dan; de oudst dode, maar u snapt het haakje. En dat is bijzonder, want dolfijnen in het wild worden amper dertig jaar. Dus deze kleine friemel is bijna twee(!) keer zo oud geworden als eigenlijk hoort. In het wild. Dat is een beetje hetzelfde als wanneer Natascha Kampusch nooit uit die kelder was ontsnapt en ze 160 jaar oud was geworden. En dat we dat dan heugelijk op de voorpagina denderen.
Ik heb niets tegen het Dolfinarium. Ik kom er graag; er werken mensen die ik lief vind, mijn zoon houdt er van om die platvissen te aaien, ikzelf werp graag een hengeltje uit in de dolfijnendelta en zo komen we het weekend wel door. Maar misschien moeten we niet gaan kijken naar hoe leuk het voor ons is, maar voor die dieren. Want wij kunnen ons ook vermaken door naar de ontkenningen van Marco B. te luisteren.
“Ik ben binnen”? Nou, schiet mij maar lek.
Arian Foppen

















