
Columnist Arian Foppen over de Sinterklaastijd en een herinnering van vroeger: ‘Dit is mijn nare Zwarte Piet verhaal’
21 november 2025 om 17:30 ColumnKapoentje
HARDERWIJK Al sinds ik kan lopen draag ik schoenen, en sinds ik schoenen draag, zet ik ze. Bij radiatoren, hittepitzakken, elektrische dekens; alles wat enigszins met verwarming te maken heeft, greep ik aan voor een schoenzetsessie. En zingen. Tjonge jonge, ik heb wat af gezongen voor die bisschop van Myra. Maar ik kreeg dan ook ieder jaar heel lief een handje pepernoten - in mijn stinkgympies - een stuk of wat schuimpjes in mijn natte regenlaarsjes. Dit moest het jaar erop anders, en meer, bedacht ik me op 7-jarige leeftijd.
Ik had schoenmaat 32, mijn moeder 39, mijn zus 42, en mijn vader 45. De keuze was snel gemaakt. Papa’s timmermansschoenen waren de uitverkorenen om mijn directe communicatielijn met de rood gemutste pensionado uit Spanje te vormen. Ik kon hem complete epistels schrijven - het deed mij voorkomen dat ik de totale bibliotheek van Alexandrië in die schuiten van mijn pa kon stoppen en dat er dan nóg ruimte over was voor een verlanglijstje van zestien kantjes, en de goedheiligman kon mij de inboedel van - destijds nog- Bart Smit doen toekomen, met nog ruimte voor een chocoladeletter of achtenveertig.
Dat was geregeld; nu dat zanggedeelte nog. Ik vond altijd dat ik een wat hoge piepstem had, omdat ik.. tja, een hoge piepstem had. Mijn vader rookte shag. U raadt het al. Ik leerde op mijn achtste shaggies draaien, hoewel dat uitgesproken werd als sjekkies. Pafte mij ongans aan de Zware van Nelle en voelde hoe mijn longen zo zwart werden als -destijds- die Pieten. Met doorrookte stem zong ik het hele jaar door Sintknallers als Zie ginds komt de stoomboot, Hoort wie klopt daar, kinderen en natuurlijk het altijd rockende Piet ging uit fietsen. Ik pafte door, tot het moment dat bij ons thuis de telefoon ging eind augustus. Ik nam op en een meneer vroeg mij of mijn zoon ook thuis was, waar de man mijn vader mee bedoelde. De stem was laag genoeg. Lage stem, grote schoen. Mijn verlanglijstje bestond inmiddels uit veertien hoofdstukken met zestig voetnoten, mijn zangrepertoire deed niet onder voor de gemiddelde Hollandse hitsschabbelaar; alles was in gereedheid. Dit zou het vetste Sinterklaasfeest ooit worden!
En toen zag ik Piet. En Piet had schoenen aan die overduidelijk maat 42 waren. Ik kende die. En als ik beter keek, kende ik ook die ogen. En die stem. En als ik al dat achterlijke zwart wegdacht, leek die Piet op mijn zus. Toen viel mijn wereld in duigen. Ik heb die maat 45 met boekwerk en al in de gracht gemieterd -wat voor mijn pa heel onhandig was, want die moest ineens met een schoen minder naar zijn werk-, ik heb de Van Nelle in de fik gestoken en Zwarte Piet vervloekt.
Dat is mijn nare Zwarte Piet verhaal. En dat valt in het niets bij al die duizenden kinderen die voor Piet werden uitgemaakt, voor slaaf van Sint en voor wat nog niet al meer. Ik ben blij dat Zwarte Piet niet meer bestaat en ongelooflijk trots dat hij het land uit is geschopt. Toen ik hoorde dat Kick Out zichzelf ging opheffen omdat het doel bereikt was, trok ik een bijzondere fles champagne open.
Ik wilde hem eigenlijk met een Zeeuws oestertje opdrinken. Maar iets in mij zegt dat ik in deze periode beter niet die kant op kan reizen.
Arian Foppen

















