Columnist Arian Foppen.
Columnist Arian Foppen. Arian Foppen

Columnist Arian Foppen loopt met een handvol pepernoten naar de deur voor de stoute kinderen: ‘Dat moet ik even uitleggen’

29 november 2025 om 17:30 Column

Stoute kinderen

Sinterklaas staat voor de deur, dat weet ik, want welke randdebiel klopt er anders op mijn deur in de winter. Een vreemd’ling zeker? Het is gek dat de goedheiligman komt, want echt braaf ben ik niet geweest, hoewel dat volgens de liedjes niet meer hoeft. Slechte kinderen, ben je gek; die bestaan niet in de utopie die de Sint voorbrengt. Waar ik het fantastisch vind dat het zwarte bij de Piet verdwenen is, vind ik het nog altijd wonderlijk dat braaf en lief ook aan de bomen is gehangen. Ik ken namelijk zo wel een vijftal kinderen die onder het kopje ‘stout’ zouden kunnen vallen. Niet per se ‘Amalia’-slecht, maar toch.

Misschien moet ik dat even uitleggen; Amalia – u weet wel, die miljonaire die zo ruimhartige haar toelage niet hoefde te hebben – heeft al sinds kinds af aan een oogopslag waarin je overduidelijk de armoede ziet van het genen-zwembad waar de Oranjes hun DNA in hebben gedipt. Er zit iets kwalijks achter die wimpers. En zelfs zij zal van de Sint wel iets in d’r koninklijke klomp krijgen.

Ik zal zelf ook in de categorie Stout vallen, vinnik zelluf dan. Ik heb ook afgelopen jaar wel eens gespijbeld, een handje teveel pepernoten genomen uit de voorraad van mijn zoontje, iets te diep in het glaasje geloerd van mijn meisje, en zelfs uit de koektrommel van de hond geknabbeld; die laatste twee gevallen vielen op dezelfde avond overigens. En ik kan daar prima mee leven, met het af en toe stout zijn bedoel ik. Ik begrijp er dan ook geen snars van dat die teksten aangepast moesten worden.

Op de handbalvereniging zongen we met de Sinterklaasviering naar hartenlust ‘Er zijn geen stoute kinderen bij’. En ik zweer bij alles wat lief en harig is, dat er ook écht geen stoute kinderen bij waren op die avonden. Ze waren allemaal poeslief, stoned van de suiker en toch luisteren naar papa en mama, ik geef het je te doen. Als de dood waren ze voor die bejaarde man, zijn staf en vooral die zak van hem. Die zak die cadeautjes bracht en kinderen meenam. Hoewel we nu allemaal denken; neem me mee naar Spanje, was dat als kind natuurlijk het engste wat er kon gebeuren. Of misschien was het wel de collectieve kinderangst om alleen te moeten zijn met een klerk van de katholieke kerk.

Er wordt wat harder geklopt. Wat zachter nu. Ik zet de rampenfilm van Netflix even stil en luister nog eens goed. Er wordt aan de deur geklopt. Ik zet de videodeurbel aan en zie op mijn schermpje een mannetje staan zonder zak, maar met een naambordje van Vluchtelingenwerk.

Met een handvol pepernoten loop ik naar de deur.

Arian Foppen

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie