Dick Struik, verbonden aan het Apostolisch Genootschap Harderwijk.
Dick Struik, verbonden aan het Apostolisch Genootschap Harderwijk. Dick Struik

Columnist en voormalig voorganger Dick Struik schrijft over wat blijft bestaan na de dood: ‘Accenten op de juiste plaats leggen’

23 augustus 2026 om 17:30 Column

HARDERWIJK Als je ouder wordt komt het steeds vaker voor dat je door overlijden mensen moet missen die jou lief en dierbaar zijn. Dat wil je niet, maar het is inherent aan het leven.

Naar mijn ervaring vallen aan het sterfbed alle bijkomstigheden weg en kom je vaak bij de diepste kern van de betreffende mens. Heel vaak word ik in een afscheidssamenkomst geraakt door de puurheid en schoonheid van mensen. Degenen die zich uitspreken hebben het dan zelden over die geweldig mooie auto waar hij in reed of dat indrukwekkende huis waar zij in woonde. In de verhalen klinkt -vaak door tranen heen- liefde en vriendschap door. Een rijkdom waar eigenlijk geen woorden voor zijn. Gelukkig hebben wij mensen het vermogen om veel meer te horen dan de woorden die uitgesproken worden. Je doorvoelt wat wordt bedoeld. Het resoneert als het ware met de eigen ervaringen.

Van de nabijheid van mensen kan zoveel troost uitgaan. Ik weet nog goed dat ik als kleine jongen voor het eerst bij een begrafenis was. Na de samenkomst stond ik in de rij om te condoleren en ik vroeg mij gespannen af wat te zeggen. Woorden schieten vaak tekort. Nu weet ik dat het niet gaat om de woorden maar om gevoelde nabijheid. Boudewijn Betzema heeft een tekst geschreven voor een lied dat het jongerenkoor in onze gemeenschap zingt. Een lied dat raakt aan dit gevoel.

Zo op zoek naar ronde woorden,
woorden voor wat tederheid.
Woorden die verdriet polijsten,
woorden die zijn toebereid
om te troosten en te strelen,
woorden om je leed te delen,
ook al raak je pijn niet kwijt.

Maar de woorden zijn verdwenen,
alle woorden zijn gegaan.
‘k Zou eenvoudig zonder woorden
heel dicht bij je willen staan.

Als je heel veel van iemand gehouden hebt, is het verdriet en het gemis na het overlijden groot. Toen mijn vader op 50-jarige leeftijd overleed zei mijn zus uit de grond van haar hart: ,,Ik geloof dat ik nooit meer zal kunnen lachen.” Rouw vraagt tijd! Gelukkig lacht mijn zus allang weer en denken wij met grote dankbaarheid aan wie mijn vader voor ons was. 

Iedere derde zondag van de maand besteden wij in de eredienst aandacht aan degenen, gekend en ongekend, die ons voorgingen. Een ritueel dat de dankbaarheid voedt. We zingen elkaar dan vaak toe ‘dat blijft bestaan wat in liefde is gedaan’. Daar geloof ik heilig in en het inspireert mij om vandaag de accenten in mijn leven op de juiste plaats te leggen. 

Dick Struik, voormalig voorganger, Apostolisch Genootschap Harderwijk, dickstruik@gmail.com..

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie