
Zeven permanente bewoners van een vakantiewoning op een park in Harderwijk doen beroep op brief van Mona Keijzer
21 september 2026 om 17:45 PolitiekHARDERWIJK Zeven permanente bewoners van een vakantiewoning op een park hebben bij hun bezwaar tegen de opgelegde dwangsom verwezen naar de brief van toenmalig minister Mona Keijzer. Zij riep daarin de gemeenten op voorlopig geen maatregelen te nemen tegen permanente bewoning van vakantiewoningen voor een periode van tien jaar.
Wijnand Kooijmans
In de brief zag de gemeente Harderwijk geen reden een ander beleid te gaan voeren ten aanzien van de handhaving tegen permanente bewoning. Onder meer omdat werd aangevoerd dat de gemeente al had voldaan aan het verzoek van de minister door vier vakantieparken om te vormen tot woonwijken. Van de bewoners die zich beroepen op de brief woont er één op het Verscholen Dorp en zes op camping De Konijnenberg.
CONSEQUENT
Het college van burgemeester en wethouders voert aan dat men betrokkenen er consequent op heeft gewezen geen gehoor te geven aan de brief van de minister. De brief was juridisch ook niet bindend voor de gemeente. Bovendien was de inwerkingtreding van de brief nog hoogst onzeker en stond daarmee het doorgaan van handhavend optreden ook niet in de weg.
Naast de betrokkenen die een beroep deden op de brief van de minister hebben ook andere bewoners telefonisch informatie gevraagd over de brief van de minister en het gemeentelijk standpunt daarover. Het besluit door te gaan met handhaven is door het college ook publiekelijk bekend gemaakt.
PROEFBALLON
Het college geeft aan dat er geen algemene brieven rond het standpunt zijn verzonden. Men wil inwoners niet informeren over iedere proefballon die landelijk wordt gelanceerd.
Betrokkenen is tevens gewezen op consequente rechtspraak van zowel de rechtbank als de Afdeling Bestuurrechtspraak van de Raad van State waarin steeds wordt gesteld dat niets handhaving door een gemeente in de weg staat.
ONDERZOEK
Het college geeft aan geen specifiek onderzoek uitgevoerd naar verwachtingen van permanente bewoners rond de brief van de minister. Wel heeft men van een bepaald aantal personen het vermoeden dat zij de uitkomst van de brief van de minister hebben afgewacht zonder daarbij actief op zoek te gaan naar alternatieve woonruimte.
Het gaat dan om bewoners die een ruime tijd - een jaar tot anderhalf jaar - de tijd hebben gekregen andere woonruimte te zoeken. Ze hebben de gemeente nogmaals gevraagd die termijn te verlengen, maar konden niet aantonen in de tussentijd op zoek te zijn gegaan naar een andere woning. Om die reden is niet ingestemd met een verdere verlenging.
UITVOERIG
Het college is niet van mening dat de informatievoorziening onvoldoende duidelijk of ontoereikend was. Er is steeds uitvoerig gesteld dat men handhavend zou optreden. De handelwijze van het college heeft bij beroepen ook steeds stand gehouden. Ook is maatwerk geboden aan betrokkenen.
















