
Columnist Arian Foppen over stilte en herdenken: ‘Enige wat nodig is voor de triomf van het kwaad, is dat goede mensen niets doen’
6 mei 2026 om 12:00 ColumnHARDERWIJK Afgelopen maandag waren we allemaal twee minuten stil. En allemaal denken wij onze eigen dingen in die 120 seconden; overledenen in oorlogen, vermoordde Joden, opa’s, oma’s, papa’s, mama’s - wij allen gedenken allen. Het is mooi dat in die twee minuten niemand inbreuk kan maken op jouw verdriet, gedachten of herdenking.
Ik zelf dwaal in die twee minuten steevast af naar al die boten met Joodse vluchtelingen die Amerika niet in mochten en weer terug moesten. Of die Joodse mensen aan de grens van Nederland die niet dat neutrale land in mochten, omdat - nou gewoon redenen. Ik dwaal dan naar hoeveel duizenden Joden gered hadden kunnen worden wanneer die mensen menselijk behandeld waren en er normaal op de hulpvraag gereageerd was.
Ik denk dan aan dat kleine babietje dat in Auschwitz levend in gesmolten menselijk vet werd gegooid door een SS-officier, - vet dat van de brandende menselijke hopen afkwam - en ik denk dan dat dat jochie best hier ergens opgevangen had kunnen worden. Ik dwaal ook af naar dat Syrische jongetje - dat beeld wat we nooit zouden vergeten, maar waar we nu naar moeten zoeken in ons geheugen - dat dood aanspoelde op het strand. Dat jochie hadden we best hier in Loosdrecht kunnen opvangen, denk ik.
Ik dwaal af naar die vrouw wiens kind uit haar armen werd getrokken op het perron en aan de honden werd gevoerd, misschien was er voor haar wel plek geweest hier op de Graaf Ottolaan. Die twee jongens die doodvroren in Polen, omdat ze daar niet de grens over mochten; joh, voor die twee hadden we toch wel een plekje gehad? Ik denk aan dat bejaarde echtpaar dat stante pede werd doodgeschoten omdat ze niet snel genoeg hun papieren lieten zien, was er écht geen plekje voor hen in Kampen? De mensen die in blinde paniek ‘s nachts rondzwemmen omdat hun boot zinkt, zoekend, schreeuwend om hun kind wat in hun armen, met hen naar de bodem zakt. Waarom hebben we daar geen plek voor?
De oorlog is niet toen, en ooit en ver. Hij is hier en nu en bezig. En wij, wij allemaal, houden netjes onze mond dicht op 4 mei, maar wij allemaal spreken ook de andere dagen van het jaar amper. De stilte die bedoeld is om te schreeuwen ‘DIT NOOIT WEER’, echoot de ijzige stilte van verlaten vlaktes van Auschwitz.
Vang die mensen op, maak je hart groter dan het is en laat die stilte tellen. Want, in tegenstelling tot de Duitse mensen in ‘45, kunnen wij ons niet verschuilen achter ‘Wir haben es nicht gewusst’.
Het enige wat nodig is voor de triomf van het kwaad, is dat goede mensen niets doen. En wij, wij goede mensen, zijn stil.
Arian Foppen
















