
Columnist Gertien Koster baalt van gevolgen van knie-operatie: ‘Vergeleken met mij liep Manke Nelis als een kieviet’
24 september 2025 om 12:00 ColumnHARDERWIJK ,,U bent nog jong dus we gaan zorgen dat u beter gaat lopen”, zegt de orthopedisch chirurg in de Sint Maartenskliniek in Nijmegen tegen me. Daar werkt de crème de la crème op het gebied van orthopedie. Ik heb mijn chirurg even gegoogeld, ze lijkt de chief knie van Nederland te zijn.
In januari kreeg ik een nieuwe knie in het St Jansdal. Je mag een gegeven paard niet in de bek kijken, maar ik ben er niet blij mee. De revalidatie verloopt niet voorspoedig. Vergeleken met mij liep Manke Nelis als een kieviet.
Jaarlijks krijgen 35.000 mensen in Nederland een knieprothese. De meesten kunnen na zes weken weer redelijk lopen en fietsen. Bij zes procent van de geopereerde mensen verloopt het anders. Minder goed. Tot die groep behoor ik.
Buigen lukt niet goed en strekken evenmin en ik weet inmiddels dat goed strekken nog belangrijker is dan buigen. Ik heb een spalk gekregen voor ’s nachts zodat mijn been platligt, maar ik doe geen oog dicht met dat ding. Ik gooi hem meestal halverwege de nacht uit bed om nog wat te kunnen slapen.
Ik heb spijt als haren op mijn hoofd van deze operatie. Ik verwijt het niemand, want het is gewoon pech. Ik kan nu zelfs minder dan voor de operatie. Twee jaar geleden fietsten mijn man ik nog van Wenen naar Budapest. Op een gewone fiets.
Dat klinkt overigens verder dan het is en het is een mooie route. Maar dat terzijde. Wie mij ziet op- of afstappen denkt dat ik net mijn eerste fietsles heb gehad.
De chirurg in Harderwijk opperde een driewieler. Daar ben ik mentaal nog lang niet aan toe. Toen ik mijzelf onlangs dansend en springend in een filmpje zag moest ik ineens heel erg huilen. Zal ik ooit nog kunnen dansen? Als ik met een kruk loop staan mensen voor mij op in de bus. Sympathiek, maar ik voel me er stokoud door.
Ik ben dan ook blij dat de Nijmeegse arts zegt dat ik jong ben en dat mijn been nog lang mee moet. Mijn dag kan niet meer stuk. Die vreugde is van korte duur.
Als ik even later koffie drink in het horecahoekje van de kliniek loopt een man met een kleuter voorbij. Het jochie kijkt naar mij en naar de andere mensen aan tafel en zegt: ,,Kijk papa, allemaal oude mensen.”
Gertien Koster

















