
Columnist Peter Sitsen genoot van een bijzonder moment met zijn dochters: ‘Het is het waard’
14 mei 2025 om 10:00 ColumnHARDERWIJK Bij mijn ouders in de tuin is het een walhalla voor vogels, bloemen, insecten, kruiden en zelfs gewassen (de bietjes, bonen en sla komen vers van de eigen grond). En nu de lente volop aan de gang is ontploft de hele tuin en wordt er driftig gegroeid en gewerkt. De koolmezen vliegen af en aan om de hongerige snavels te voeden en storen zich absoluut niet aan de koffie leutende mensen in de achtertuin. Een brutaal roodborstje paradeert doodleuk over de tafel om van de cake mee te smullen. Ondertussen gonst de lucht van de bijen en hommels die de honderden bloemen afwerken. En zo dwaalden mijn dochters – op Moederdag - verwonderd doch behoedzaam door de tuin.
De dames houden vooral de zoemende bijen en hommels argwanend in de gaten. Elke bij die te dichtbij komt kan op een lachsalvo van Floor rekenen, maar ook op een ‘IIIEEHHH’ van Maud, ondanks dat ze weet dat de bij in kwestie haar in principe niets zal doen. Ik neem de beide dames mee naar één van de grotere bloemen (de naam weet ik helaas niet, ik ben geen kenner vooralsnog) waar een paar hommels druk in de weer zijn. Gehurkt gaan we erbij zitten en houden ons stil. Het vergt wat moed van de dames, maar al snel hervatten de beestjes hun werk en nu kunnen we ze zelf op een paar centimeter afstand aan het werk zien. Maud raapt al haar Maud bij elkaar en houdt dapper vol terwijl we in detail de pootjes van de hommel aan het werk zien. Ondertussen leg ik ze fluisterend uit hoe belangrijk dat werk is voor de bloemen, voor de natuur en voor ons.
Pas wanneer ik vertel dat zonder het werk van de zoemende kornuiten er misschien wel geen appels en peren meer in het lunchtrommel belanden, valt het kwartje. ,,Maar dan zijn ze dus heel belangrijk papa!”. En dat klopt. ,,Koester ze maar”, beaam ik. Dan is het geduld van Floor op en zet ze het weer op een rennen. De hommels schrikken op maar gaan vrij vlot weer over tot de orde van de dag: nectar zoeken en stuifmeel verspreiden zodat wij straks verse aardbeien, bosbessen en druiven uit oma’s tuin kunnen proeven.
Als ik even later weer op het terras zit, zie ik de dames de vele bloemen aflopen en wijzen naar de verschillende bijen en hommels. Even later komen ze in geuren en kleuren vertellen wat de kleine zoemers allemaal aan het doen zijn. De angst is omgezet in een soort eenzijdige vriendschap en bewondering. Enig nadeel is dat Mauds nieuwe vrienden geen tel meer rustig hun werk kunnen doen nu Maud gewapend met een vergrootglas alle bloemen afstruint. Maar ach, het is het waard.
Peter Sitsen

















