
Columnist Peter Sitsen brengt deze week een ode aan de zaterdag: ‘Ik doe niets wat ook wel later mag’
2 april 2025 om 10:00 ColumnHARDERWIJK Als ik ergens gek op ben, is het wel de zaterdagochtend. Wakker worden en zuchten omdat je naar je werk moet. Dan het besef: het is zaterdag! Klein beetje gelukzalig uitslapen dus (mits onze dochters dit toestaan), rustig ontbijten, aankleden, kinderen aankleden, bakje koffie en vooral: geen enkele haast. Op ons gemakkie naar de stad, Maud zelfs op haar eigen fiets tegenwoordig.
Soms een randje stad, maar in ieder geval altijd een rondje markt. Brood, groente, kaas, soms vis en soms een tas vol met van alles als ik weer eens bedacht heb uitgebreid te koken op zaterdag. Soms nog even langs de wijnwinkel voor een bijpassende wijn en dan weer naar huis. Tweede ronde koffie met een verse stroopwafel van de markt. Of, nu de zon warmer wordt en het weer kan: koffie in de zon op het marktplein. En in mijn hoofd steevast Zaterdag van Bløf.
De weekmarkt is zonder twijfel het summum van het zaterdagochtendgevoel. Geroezemoes, de luide stem van een marktkoopman, de klokken van de oude kerk die spelen. Gemoedelijkheid, ijver, vrolijkheid, beleefdheid, eerlijke handel en de belofte op een heerlijk weekend gaan hier hand in hand. De plek voor een spontane ontmoeting tussen jong en oud, een babbeltje, een heleboel “goedemorgens” en zelden tot nooit een onvertogen woord. De weekmarkt is onmisbaar in ons wekelijkse ritme dus.
Niet in de laatste plaats omdat je hier nog een bakfiets vol boodschappen kunt halen voor een schappelijke(re) prijs dan bij de gemiddelde grootgrutter. Kijk, goedkoop is het nergens meer, maar het idee dat je het haalt bij een groenteboer en kaasboer die er hard voor werken en er voor dag en dauw voor opstaan, draagt ook wat bij. Bovendien krijg je gratis een vrolijke begroeting (wil elders ook nog wel eens anders zijn) en de dames krijgen steevast een koekje bij de bakker en het plakje kaas bij de kaasboer is dé reden dat ze elke zaterdagochtend ook maar wat graag meegaan. Tevens het voorwendsel waarmee wij ze meelokken, maar dat terzijde.
Bovenal is de zaterdagochtend een stukje vrijheid. Een ‘alles mag en niks moet’. Na een week hard werken is het even tijd voor ons. Een geurende pan stoofvlees op het fornuis. Een lange fietstocht en een frisse neus. Een lege agenda in het weekend is heerlijk, we verzinnen pas wat we gaan doen bij die tweede ronde koffie. Of eigenlijk, de dames beslissen wat we gaan doen (met wat sturing vanuit het ouderlijk gezag) en wij schaven de voorwaarden wat aan. De zaterdag is onze lievelingsdag. Want, zoals Pascal Jakobsen zingt: ,,Zaterdag, doe ik niets wat ook wel later mag.”
Peter Sitsen












