Columnist Peter Sitsen.
Columnist Peter Sitsen. Peter Sitsen

Columnist Peter Sitsen gaat met zonder jas naar buiten: ‘Moedertje natuur stuurt mij constant van kastje naar de muur’

19 maart 2025 om 10:00 Column

HARDERWIJK De eerste lenteperikelen hebben we inmiddels al achter de rug en na een kouder weekend lijkt het eind deze week wederom de goede kant op te gaan met de temperaturen. De pipse wangetjes laten we wellustig genieten van de die eerste warme zonnestralen en de terrasjes zullen dan ook weldra volstromen. In huize Sitsen betekenen deze dagen koffie op het bankje aan de voorzijde terwijl het nageslacht de eerste lading stoepkrijt ijverig op het trottoir kalkt. Tijdens het koffieleuten is het heerlijk mensen kijken en zo tijdens die eerste frisse doch zonovergoten lentedagen wordt het duidelijk dat we twee soorten mensen hebben: de koukleum en de optimist.

Twijfelweer dus. De koukleum kleedt zich ook op dit soort dagen nog volop in wintertenue. De winterjas, soms zelfs een sjaal en handschoenen. In een enkel geval zelfs een muts. In de schaduw en met een frisse bries is dit dankbare kledij, in de zon gaat echter zuchtend de rits open. Maar niet ver voor de koukleum fietst de optimist. Korte broek, T-shirt en misschien nog een net een trui eroverheen. Vooral de korte broek is onontbeerlijk voor de optimist. Even bibberen in de schaduw en als het frisse briesje opsteekt maar kom op zeg, het is lente en dat mag gezien worden!

In huize Sitsen zijn de kampen verdeeld. Waar de jongste een ras koukleum is, is de oudste een zonaanbidster. Floor, de jongste, roept direct na het wakker worden om sokken want ze heeft koude voeten. Ze klaagt over “koud” als ze vanuit de woonkamer de hal inloopt. Ze wil altijd haar winterjas en het liefst met muts (die ze steevast hoed noemt) en wantjes ontbreken nooit. Ondertussen staat Maud vrolijk haar lenteshirtjes uit te zoeken, heeft ze haar sandaaltjes klaarstaan en kan ze niet wachten om met een regenboogzonnebril de voordeur uit te rennen de zon in. Op de voet gevolgd door een dik aangekleed Michelinpoppetje: haar jongere zusje dus.

En ik? Ik houd het midden tussen beide. Twijfelkont dus. Het ene moment ben ik bang dat ik het koud ga hebben als ik op de fiets spring dus grijp ik naar de winterjas. Het volgende moment heb ik het bloedheet in de zon en loop ik in enkel een shirtje de deur uit. Om luttele minuten later weer spijt te hebben. Van bibberen in de schaduw naar steunen in de zon. Ik vind het maar moeilijk dagen waarbij moedertje natuur mij constant het kastje naar de muur stuurt. Het moge duidelijk zijn: dit is hier waar de gevleugelde term “met zonder jas weer” zijn oorsprong heeft. Echter, het allerbelangrijkste is: de lente is begonnen!

Mail de redactie
Meld een correctie

Peter Sitsen
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie