
Column Peter Stitsen: Mijmeringen
20 september 2024 om 13:00 ColumnGisterenavond laat fietste ik naar huis. In mijn hoofd een licht dof gevoel van de afgelopen twee dagen in het Plantagepark. In de verte nog wat geroezemoes van de collega’s die nog iets langer op het terrein bezig waren. Twee dagen gezelligheid, hapjes, drankjes, muziek en veel, heel veel bekenden. Heel Harderwijk sloot de zomer af op Blije Bietjes en had genoeg met elkaar te bespreken. Gewapend met camera heb ik het hele weekend op de gevoelige plaat vastgelegd en misschien heb ik iets te veel voor de boxen van het podium vertoefd. Vandaar dat doffe gevoel. Een beetje wat je op de middelbare school na de disco avond had, zeg maar. Maar als fotograaf moet je wat voor de beste platen over hebben.
Ik besluit een stukje om te fietsen en fietsvia de Boulevard langs het water richting de haven. Een fris fietstochtje maakt het hoofd ook weer wat frisser en minder druk. Slaapt makkelijker, had ik besloten. Het slapen zou hoe dan ook goed moeten komen gezien de moeheid en de afsluitborrel, maar goed. Ik denk aan de diva’s, die allang in dromenland zijn. Althans, zouden moeten zijn. Ook zij waren van de partij in het park en die blije bekkies die ze al dansend en springend hadden vat de sfeer goed samen. We hadden ze nog een zomers feestje beloofd en dat hebben ze gekregen.
Het was een druk weekend en terwijl ik dan toch maar besluit om koers richting huis te zetten omdat de moeheid nu de overhand begint te krijgen, dient zich het zwarte gat al langzaamaan. Weken leef je toe naar zo’n weekend. Als organisatie maar ook als liefhebber. De laatste dagen is iedereen druk en in het weekend zelf zoeft alles als een roes voorbij. En we kunnen, als heel Harderwijk zijnde, alleen maar trots zijn op zo’n geslaagd feestje. Denkend aan mijn vorige column bedenk ik me dat, alhoewel de weersvooruitzichten nog een nazomer beloven, we nu echt aan de herfst kunnen gaan beginnen.
Eenmaal thuis probeer ik zo stil mogelijk mijn spullen te parkeren, mijn kleren in de wasmand te mikken en mijn tanden te poetsen. Ik sluip de kamers van mijn dochters binnen en zie ze allebei moe maar voldaan liggen slapen. Ik druk een kus op hun voorhoofd en ga met dezelfde tevredenheid naast mijn vrouw in bed liggen, diep onder het dekbed. De slaap laat niet lang op zich wachten. Net als de slaap zich echter meester van mij maakt, kruipt er een wezentje tussen ons in. Niet veel later volgt nummer twee. Zowle mijn vrouw als ik zijn te moe om te protesteren. Het was een prachtweekend en eigenlijk is dit de mooiste afsluiter. Het lichtje kan uit.

















