
Natuurverslaggever Kees kijkt voor een keer zijn ogen uit in oerwoud Suriname: ‘Wonderbaarlijk veel dieren in paar uur tijd’
22 februari 2026 om 17:30 Natuur en milieuREGIO/PARAMARIBO Misschien heeft de lezer sneeuw- en ijsverhalen gemist. Dit komt omdat de schrijver zich momenteel in West-Indië bevindt. Om deze rubriek toch door te laten lopen vandaag en komende twee weken een indruk van dit (voormalige) deel van Nederland. Vandaag de eerste aflevering: een belevenis in Suriname.
Kees van Reenen
De zon is ondergegaan, de schemering valt in en binnen een half uur zal het donker zijn. Over een zeer hobbelige zandweg rijdt een busje met tien personen – een Surinaamse gids, een Amerikaan en acht Nederlanders – naar de ingang van natuurpark Peperpot, aan de rand van een voormalige koffie- en cacaoplantage. Toen de afgebeulde slaven uit Afrika in 1863 eindelijk hun vrijheid kregen, werden ze, tot de plantage niet meer lonend was, vervangen door Javaanse contractarbeiders, die nog steeds in deze omgeving wonen.

Kees van Reenen met een landschildpad tijdens een excursie in Suriname. - Dennis
GIFTIGSTE SLANG
Het park is volgens gids Shahid echter oerwoud; de bananenplanten langs het pad zijn spontaan opgekomen. Het hermetisch gesloten lijkende hek blijkt voor voetgangers open te kunnen. ,,Overdag kun je hier veilig lopen, maar in het donker is het gevaarlijk. We moeten op onze hoede zijn voor twee dieren”, waarschuwt hij. ,,De labaria, de lanspuntslang, de giftigste slang van Suriname, zit goed gecamoufleerd langs het pad. En de bananenspin is de dodelijkste spin.”

Gids Shahid stuurt een gevaarlijke lanspuntslang van het pad af tijdens een avondwoudexcursie. - Kees van Reenen
FLUITKIKKERS
Het wordt nu snel donker en Shahid deelt hoofdlampen uit. De lucht raakt vervuld van oerwoudgeluiden. Klokgeluiden blijken afkomstig van fluitkikkers en ratels van sabelsprinkhanen en cicaden. Een vogelroep herkent hij als groene ibis, die zich helaas evenmin laat zien. In het schijnsel van de lampen lichten in de dichte begroeiing langs het brede pad oogjes op van spinnen, van heel kleine via middelgrote visspinnen tot een griezelig, vuistgroot zwart en harig beest: een rozetenige tarantula.

Een beet van de tropische, nachtactieve bananenspin is levensgevaarlijk. - Kees van Reenen
SPANNEND
Dan ontdekt de gids de gevreesde bananenspin, iets kleiner en lichtbruin. Er ontstaat schrik als het beest het pad op loopt, maar de gids weet hem te verjagen. Opnieuw wordt het spannend als iemand de labaria ontdekt, die griezelig dichtbij het pad oversteekt. Een tweede slang is een ongevaarlijke, tandenloze slakkeneter.

In het donker worden de boomkikkers actief. In het Surinaamse oerwoud leven vele soorten. - Kees van Reenen
DOODSHOOFDAAPJES
En dan wordt het echt leuk, met allerlei kikkers, jonge exemplaren van de reuzenpad, reusachtige huisjesslakken, een snel wegschietende hagedis en dan opeens: apen. Drie, vier doodshoofdaapjes steken langs het pad overhangende bamboe over op zoek naar een slaapplek. Intussen zijn de vleermuizen ontwaakt. Kleine insecteneters vliegen rond en op één plek grotere vruchteneters.

Boomstekelvarken, een topstuk van de avond, leeft in de bomen en is in het donker actief. - Kees van Reenen
ZWEETOKSEL
Laag in een struik hangt een termietennest. Maar wat is dat, half verscholen achter die hoge tak? ,,Een boomstekelvarken. We hebben geluk, meestal zien we ze niet en ruiken we ze alleen, een beetje als een zweetoksel”, vertelt de gids.

Een colonne parasolmieren steekt met afgesneden stukjes blad Surinaams bospad over naar nest. - Kees van Reenen
BUIDELRAT
Langzaam komt het witgestekelde dier met zijn roze snuit tevoorschijn om zich te laten fotograferen, waarna het verdwijnt en de buitenlanders, nog verwonderd over de mooie waarneming, een wat kleiner bruin dier in het vizier krijgen: een buidelrat, bezig met bladeren eten. Snel plukt hij nog een lekker blad en trekt zich dan terug.

Eventjes zitten beide zwartgestreepte uilen prachtig zichtbaar naast elkaar op een tak. - Kees van Reenen
GROTE STAP
Lampen tasten de bomen en struiken langs het pad af tot iemand onder een blad iets vindt dat lijkt op een wandelende tak, maar in werkelijkheid een bidsprinkhaan is. Tot viermaal toe moeten we een grote stap nemen om niet op een colonne parasolmieren te trappen, waarvan de dragers, beschermd door soortgenoten, een flink stuk zelfgesneden blad dragen richting het nest.

Twee tweevingerige luiaarden achtervolgen elkaar in hun kenmerkende trage tempo. - Kees van Reenen
Opeens glinsteren ogen voor ons op het pad: een wasbeer. Het beest verdwijnt in de struiken, maar dan wijst Shahid op een nieuw topstuk: een tweevingerige luiaard. Het blijken er zelfs twee te zijn, met als klap op de vuurpijl een tweede stekelvarken er dicht bij.
ZWARTGESTREEPTE BOSUIL
De gids slaat een zijpad in en wijst op een zwart beest dat wantrouwig naar beneden kijkt: een zwartgestreepte bosuil. Hij roept naar een soortgenoot, die antwoordt. Daarop vliegt hij weg, maar… we zijn net op de terugweg als ze samen op een tak naar de indringers staren.
Zoveel dieren in een paar uur tijd, dat is voor een Europeaan werkelijk wonderbaarlijk.















