
Nieuwe columnist Arian Foppen hoort bij de importlingen van Harderwijk: ‘Dat is het huis waar je opa geboren is’
20 augustus 2025 om 12:00 ColumnHARDERWIJK ,,Had jij een jaar geleden kunnen bedenken dat we nu in een cabriolet, geleend van een vader van een vriendinnetje van ons zoontje, naar Hans en Grietje zouden rijden? Dak open, 26 graden? Had jij je dat kunnen bedenken?” Mijn vrouw was resoluut: ,,Ja.”
Nou. Ik had het me niet kunnen bedenken; vorig jaar woonden wij in Amsterdam. Vrouw, kind, stoflongen van de A10 en een huis met een huur waar het BNP van Lichtenstein nog een puntje aan kon zuigen. Hoewel mijn achternaam doet vermoeden dat ik mijn leven lang hier al rondloop zijn wij importlingen.
Mijn vader vertelde mij altijd dat onze achternaam veelvuldig op een monument in de haven stond, ooms, oudooms, grootooms, en inderdaad, daar staan al die familieleden die hun leven hebben verloren op de zee. Tijdens ónze eerste Aaltjesdagen werden er bloemen en kransen bij het monument gelegd. Ik liet een klein Maxima-Carel Kraayenhof-traantje en wilde, de ego-Amsterdammer die ik ben, onmiddellijk de bloemen mee naar huis nemen. Niet gedaan. Ik begin te wennen.
We hebben lang gezocht naar een huis, en toen mijn lief aan mijn vader de foto van dit huis liet zien, sprak de oude man: ,,Dat is het huis waar je opa geboren is.” Een paar dagen later liep mijn vader in ons nog te kopen huis rond en wist het ineens niet meer zeker. ,,Ik weet het niet, ben hier maar een paar keer geweest als kind. Tja.” Hij wees naar de vloer in de keuken. ,,Hier zou een luik moeten zitten.” De makelaar had erop staan wachten, hij sloeg een stuk zeil terug en voila; een luik.
En nu mogen we onszelf Harderwijkers noemen. Hoewel ik dat bij de echte Harderwijkers niet zal doen. Vrienden uit Amsterdam - al is ‘vrienden’ niet echt meer van toepassing zodra je de ring afrijdt met een verhuiswagen wordt een ieder die je broeder hebt genoemd een vage kennis - vragen mij wat nou het verschil is tussen Harderwijk en Amsterdam.
,,Nou, als ik in Harderwijk iemand groet op straat, dan groet diegene terug. Als ik in Amsterdam iemand groet op straat dan groet diegene in het beste geval terug met een lollige variant op het mannelijke geslachtsdeel in combinatie met een agressievere versie van ‘ga naar huis’ en in het slechtste geval gaat diegene mijn longen kietelen met het puntje van een lemmet.”
Terwijl ik dit allemaal overdenk, rijden mijn lief en ik in een cabrio van een vader van een vriendinnetje van mijn zoon naar Hans en Grietje. ,,Nee, dit had ik nooit kunnen bevroeden”, zucht ik tevreden. ,,Ik wel”, zegt mijn vrouw. En zij heeft altijd gelijk.
Arian Foppen















