Robin Drenth probeert vogels te lokken met geluid. ,,Dit moet je in het broedseizoen niet doen.”
Robin Drenth probeert vogels te lokken met geluid. ,,Dit moet je in het broedseizoen niet doen.” Kees van Reenen

Robin kent op zijn zestiende alle vogelsoorten: ‘Ik vond pas nog een Siberische tjiftjaf’

20 november 2024 om 20:00 Regio

APPEL November markeert in de vogelwereld de overgang tussen de trektijd en de winterperiode. Tegelijk zijn er volop paddenstoelen te zien en vliegen de laatste insecten rond. Tijd dus om naar buiten te gaan - al is het daar voor de 16-jarige vogelaar Robin Drenth het hele jaar door tijd voor.

Nieuws gaat verder dan de gemeentegrens. Daarom brengen wij ook bijzondere verhalen van buiten jouw gemeente. Artikelen die je motiveren, inspireren en je aan het denken zetten. Kortom: verhalen die de moeite waard zijn om te lezen.

door Kees van Reenen

Eindelijk, na een hele week vol grauwe dagen, schijnt de zon weer. Het open veld links van de Woudweg op Landgoed Appel tussen Voorthuizen en Nijkerk is al voor het grootste deel gemaaid en het geel-bruin-groene bladerdak van het bos rechts begint dun te worden. Voor een vogelaar is dat laatste wel prettig, want zo worden zijn lievelingsdieren beter zichtbaar. Robin Drenth uit Nijkerk is zo iemand. ,,Ik vind alles in de natuur wel leuk: dagvlinders, libellen, wantsen, maar vogels zijn toch wel de hoofdzaak.”


Glanskop is wat slanker dan matkop, de bef is meestal kleiner en het geluid anders. - Robin Drenth

Een melding op waarneming.nl begin juli dit jaar trok de aandacht: kleine ijsvogelvlinder op de Harselaar. ,,Nieuw 5km-hok en 1e voor dit 10km-hok sinds 2018, 2e voor Barneveld. Ook nog een nieuwe soort voor mij.” Het was zomervakantie en Robin werkte een weekje bij zijn vader; normaal gesproken zit hij op school in Amersfoort, in 5 vwo. ,,Een druk jaar, dus zoek je rust in de natuur. Ik probeer twee tot drie keer in de week te vogelen, de avonden gebruik ik om met school bezig te zijn.”


De 16-jarige vogelaar Robin Drenth probeert roepende zangvogels in beeld te krijgen. - Kees van Reenen

BOSVOGELS

’t Woud is een plek waar hij vaak komt, net als polder Arkemheen. ,,Daar overwinteren makkelijk twintig- tot dertigduizend vogels, dat is fantastisch. Ik hoor een tjiftjaf’’, onderbreekt hij even zijn verhaal, om meteen te vervolgen: ,,Dit gebied is mooi voor bosvogels. Daar hoor ik een glanskop. Hier zitten wel zeven mezensoorten: kool-, pimpel-, kuif-, staartmees, zwarte mees (vooral in het najaar), glanskop en matkop. De glanskop is een bosvogel en matkop een soort van natte gebieden, dus dat ze hier samen voorkomen is best bijzonder.”


Grote bonte specht is, anders dan groene en zwarte specht, deels een trekvogel. - Kees van Reenen

OMWEG MAKEN

Robins liefde voor de natuur begon met wild kijken samen met zijn ouders. ,,Maar daar moet je voor reizen en in Arkemheen kan ik met de fiets komen om vogels te zien. Ook op de fiets naar school kijk ik altijd om te heen.” Toch ziet hij zelden iets bijzonders en hij ontdekte hoe dat komt: ,,Nijkerk ligt ten noordoosten van Amersfoort. Als trekvogels de stad willen vermijden, vliegen ze dus niet door het gebied waar ik fiets, alleen als ik een omweg maak heb ik kans op leuke dingen, zoals een visarend.”


Staartmees trekt buiten de broedtijd rond in kleine groepen met hoge en klingelende roepjes. - Kees van Reenen

SOORTENKENNIS

Door zelf te oefenen, vele uren door te brengen op de trektelpost, te leren van ervaren vogelaars in app-groepen, mee te gaan met kampen van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) en door af te spreken met andere jonge vogelaars heeft hij in vierenhalf jaar een geweldige soortenkennis opgebouwd, zowel wat betreft herkenning op zicht en geluid als qua achtergronden. ,,Het is nu begin november, dan trekken de toendrarietganzen door en komen de eerste klapeksters binnen. Ook heb je nog zangvogels uit het noorden.” Een soort als de grasmus, waarvoor Nederland de noordelijke grens vormt, is al lang weg, weet Robin.


Een bruinrode heidelibel is op Robins schouder geland, een fijn zonnig plekje. - Kees van Reenen

Op een zonnige plek zijn nog roodbruine heidelibellen actief. Eentje strijkt neer op Robins schouder en laat zich een eind meevoeren. Dan loopt de natuurvriend een zijpad in, het herfstbos door, en wijst op de roep van een grote bonte specht. ,,Ook die trekt, net als de kleine bonte. Deze kan zelfs uit Scandinavië komen.” 

SCHIERMONNIKOOG

Dan staat hij stil voor een ,,flockje” zangvogeltjes met hoge roepjes. ,,Er zitten kool- en pimpelmezen en goudhaantjes bij, maar ik hoor ook staartmees.” In de verte roept een goudvink – ,,die zit vooral in berken” – en een troepje koperwieken komt over. Een kuifmees heeft de roepjes ook gehoord en komt dichterbij. ,,Zo vond ik vorige week op Schiermonnikoog een bladkoning en een Siberische tjiftjaf.” 

WARMTEBEELDCAMERA

Ook hierin ontdekte hij een patroon. ,,’s Nachts trekken ze, in de ochtend vallen ze in en gaan ze druk foerageren, aan het eind van de middag even slapen en als het donker is weer omhoog. Met een warmtebeeldkijker kun je dat zien.”

Hoe reageren zijn klasgenoten op zijn onalledaagse liefhebberij? ,,Volgens mij vinden ze ’t wel grappig. Ik ben er heel open over. Sommigen vinden het wel leuk en gaan misschien zelfs een keer mee. Maar tot nu toe ben ik in mijn klas de enige vogelaar.”

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie