Afbeelding

Joint met voorlichting coffeeshop in Harderwijk

2 juni 2017 om 11:40 Politiek

HARDERWIJK - Het nieuwe coffeeshopbeleid Harderwijk 2017 is bekend. Deze vervangt het vorige coffeeshopbeleid dat was neergelegd in het “Damoclesbeleid 2013 art 13b Opiumwet coffeeshop”.

De burgemeester gedoogt één coffeeshop in de stad Harderwijk om illegale straat- en thuishandel te voorkomen. De burgemeester heeft afgewogen in welke vorm de coffeeshop moet worden geëxploiteerd. Het moet gaan om een niet-commerciële coffeeshop. Een dergelijke coffeeshop dient geëxploiteerd te worden door een stichting.
Dit is echter geen ‘gemeentelijke coffeeshop’. De gemeente is op geen enkele wijze direct betrokken bij de exploitatie van de coffeeshop in financiële of personele zin, dan wel in verband met het bieden van huisvesting.

Gekozen is voor een niet-commerciële coffeeshop, onder meer omdat:
a. een stichting geen winstmaximalisatie nastreeft. Hierdoor staat niet het enkel verstrekken van softdrugs voorop, maar het geven van georganiseerde voorlichting
voor gebruikers en anderen, waarbij juist op de risico’s van het gebruik van softdrugs wordt gewezen;
b. de winst die met de verkoop wordt behaald moet worden gebruikt om de organisatie te verbeteren en voorlichtingsactiviteiten te financieren. Bovendien kunnen financiële bijdragen worden verstrekt aan organisaties, instellingen of doelen die zoveel als mogelijk overeenkomen met de doelstelling van de stichting;
c. waarde wordt gehecht aan een maatschappelijke inbedding van degenen die de coffeeshop exploiteren, hetgeen in de samenstelling van het stichtingsbestuur tot
uitdrukking dient te komen.

Waarom de gemeente de verkoop van softdrugs kiest te gedogen wordt als volgt verwoord. 
1. de openbare orde te handhaven en het woon- en leefklimaat tegen de negatieve effecten van de exploitatie van een coffeeshop te beschermen;
2. de handel in softdrugs vanuit niet-gedoogde verkooppunten en straathandel te voorkomen en te bestrijden;
3. de ondermijnende invloeden van criminele drugscircuits op het openbare leven te beperken;
4. overlast in de omgeving van een coffeeshop te voorkomen, althans te beheersen;
5. een scheiding van markten tussen soft- en harddrugs te bewerkstelligen;
6. de volksgezondheid tegen de gevolgen van drugsgebruik in zijn algemeenheid en voor jeugdigen onder de 18 jaar in het bijzonder te beschermen o.a. door het voeren van ontmoedigingsbeleid en een doorverwijsplicht bij (vermoeden van) verslaving;
7. voorlichting te geven over de gevolgen van softdrugsgebruik, vooral aan jongeren, en andere preventieactiviteiten te verrichten, in combinatie met een gereguleerde en gecontroleerde verkoop van softdrugs; 
8. voorlichting te geven over de herkomst en samenstelling van cannabis, zo mogelijk ondersteund door etikettering van de producten.

Landelijke vereisten

De landelijke vereisten om een coffeeshop te runnen klinken als volgt:

-geen affichering: dit betekent geen enkele vorm van reclame anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit;
-geen harddrugs: dit betekent dat geen harddrugs voorhanden mogen zijn en/of verkocht worden;
- geen overlast: onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshop, geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten;
-geen verkoop aan jeugdigen en geen toegang voor jeugdigen tot een coffeeshop: gelet op de toename van het cannabisgebruik onder jongeren is gekozen voor een strikte handhaving van de leeftijdsgrens van achttien jaar;
-geen verkoop van grote hoeveelheden per transactie: dat wil zeggen hoeveelheden groter dan geschikt voor eigen gebruik ( = 5 gram) én slechts een beperkte
handelsvoorraad (niet meer dan 500 gram). Onder ‘transactie’ wordt begrepen alle koop en verkoop in één coffeeshop op eenzelfde dag met betrekking tot eenzelfde koper;
-geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland.

criteria locatie

Voor de locatie gelden de volgende eisen:
1. de coffeeshop moet zich in de binnenstad van Harderwijk vestigen binnen het zoekgebied dat is weergegeven in het beleid. Uitgesloten van vestiging worden de Vischmarkt, het Hortuspark, de Boulevard, de Vuldersbrink en gemeenteeigendommen;
2. de afstand tussen de coffeeshop en een basisschool is minimaal 100 meter. Daarbij geldt tevens dat de toegangsdeur van een coffeeshop niet zichtbaar mag zijn vanaf de hoofdingang van een basisschool. De afstand tussen de coffeeshop en een school voor voortgezet of beroepsonderwijs is minimaal 250 meter.

3. een coffeeshop wordt uitsluitend toegestaan in een pand dat al voldoet of zal voldoen aan de inrichtingseisen die gesteld worden in de geldende, van toepassing zijnde wet- en regelgeving, zoals het Bouwbesluit (2012), de gemeentelijke bouwverordening en de APV en het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet, tenzij hiervan in dit beleid expliciet wordt afgeweken.
4. de locatie als zodanig mag er niet toe leiden dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van de coffeeshop en/of de openbare orde en veiligheid op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed;
5. Er is sprake van een goed zichtbare locatie, met het oog op de wens van (maatschappelijke) controle.
 

Acht jaar
In de gemeente Harderwijk zal een gedoogverklaring voor de exploitatie van een coffeeshop voor een periode van ten hoogste acht jaar worden afgegeven. De periode van acht jaar, acht de burgemeester redelijk, omdat het voor de exploitant mogelijk is om gedurende deze tijd een goede coffeeshop neer te kunnen zetten. Anderzijds is deze termijn voldoende lang voor de gemeente om een goed beeld te krijgen van de wijze waarop de coffeeshop wordt geëxploiteerd en daarop toezicht en handhaving af te stemmen.

Personeel

Om voor een gedoogverklaring in aanmerking te komen dient degene die de coffeeshop feitelijk exploiteert of exploiteren de leeftijd van 21 jaar te hebben bereikt. Alle personen die participeren in de stichting en die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteert of exploiteren mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn. Als eigenaar of personeel in een periode van vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag veroordeeld zijn of een transactie van het Openbaar Ministerie hebben geaccepteerd bij overtreding van artikel 2 en artikel 3 Opiumwet, heling, fraude, gewelddelicten, handel in of het bezitten van vuurwapens en/of steekwapens, dan wel enig ander misdrijf, dan wordt per definitie aangenomen dat deze personen niet voldoen aan de eis dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn en worden de gedoogverklaring en exploitatievergunning geweigerd. Ditzelfde geldt voor het personeel dat in de coffeeshop werkzaam is/zal zijn.

De Harderwijkse gedoogcriteria gelden ten aanzien van de volgende onderwerpen:
a. de inrichting;
b. de (samenstelling en het doel van de) stichting en het personeel;
c. de softdrugs;
d. de overige producten;
e. de bezoekers;
f. de administratie; en
g. de exploitatie.

Ad a. de inrichting


Om (blijvend) te kunnen worden gedoogd als coffeeshop worden aan de inrichting waarin de coffeeshop wordt geëxploiteerd de volgende eisen gesteld:
1. de inrichting dient te beschikken over een voor publiek toegankelijke verblijfsmogelijkheid;
2. de inrichting mag niet over een loket of afhaalpunt aan de openbare weg beschikken;
3. de inrichting beschikt over een afzonderlijke rookruimte die afsluitbaar is voor ander aanwezig publiek en personeel in de inrichting;
4. de inrichting dient een open en transparant karakter te hebben. Vanuit de openbare ruimte is er zicht op en in de inrichting, zodat toezicht daarop, ook zonder daartoe de
inrichting te hoeven betreden, vanaf de openbare ruimte mogelijk is. Dit zicht wordt blijvend gewaarborgd door onderhoud en door geen handelingen te (doen)verrichten of goederen of voorwerpen te plaatsen, zodanig dat het zicht op de inrichting wordt belet of beperkt. De ramen mogen niet (deels) afgeschermd of geblindeerd zijn;
5. in de omgeving van de inrichting bevindt zich steeds voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers van de inrichting. Bij de bepaling hiervan wordt rekening gehouden met de aard en de omgeving van de coffeeshop;
6. de toevoer van bezoekers naar de inrichting leidt niet tot verkeersopstoppingen of andere verkeershinder;
7. de inrichting ziet er van buiten en van binnen blijvend verzorgd uit en bevindt zich in een goede staat van onderhoud;
8. het terrein, daaronder begrepen de openbare ruimte, rondom de inrichting wordt schoongehouden, gereinigd en blijft vrij van afval (in de ruimste zin des woords);
9. op het terrein en in de directe omgeving van de inrichting mogen geen bezoekers of personeelsleden van de coffeeshop blijven ‘hangen’, hierop wordt door de portier actief toegezien;
10. de inrichting mag niet zijn voorzien van een terras;
11. de oppervlakte van de verblijfsruimte voor bezoekers van de coffeeshop mag niet minder dan 20 m2 en niet meer dan 100 m2 bedragen. De definitie van
verblijfsruimte luidt (cf. Bouwbesluit): “ruimte voor het verblijven van mensen, dan wel een ruimte waarin de voor een gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten
plaatsvinden;
12. de coffeeshop moet zich op de begane grond bevinden;
13. de toegang tot de coffeeshop moet rechtstreeks vanaf openbaar terrein bereikbaar zijn;
14. de inrichting waarin de coffeeshop wordt geëxploiteerd voldoet blijvend aan de inrichtingseisen die gesteld worden in de geldende, van toepassing zijnde wet- en regelgeving, zoals in het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet, het Bouwbesluit (2012), de gemeentelijke bouwverordening en de APV, tenzij hiervan in
dit beleid expliciet wordt afgeweken (zie o.a. gedoogcriterium onder a onder 11).

Ad b. de (samenstelling en het doel van de) stichting en het personeel

15. de coffeeshop wordt geëxploiteerd in de vorm van een stichting zonder winstoogmerk, waarbij wordt voldaan aan het gestelde in 1.1, 4.4 en 4.8. Dit moet
onder meer blijken uit de statuten;
16. de bestuursleden en andere participanten in de stichting, waaronder degene(n) die hierop het toezicht uitoefenen, hebben ervaring in het sociaal- maatschappelijke werkdomein (bijvoorbeeld in het onderwijs, de verslavings/gezondsheidszorg, publieke ambten). Ten minste één bestuurslid heeft aantoonbaar sociaalmaatschappelijke (werk)ervaring;
17. de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren dienen een minimale leeftijd van 21 jaar te hebben;
18. de personen die participeren in de stichting en die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteert of exploiteren mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;
19. de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren moeten beschikken over een bewijsstuk van een instelling op het gebied van verslavingszorg (SVH-verklaring) en een verklaring omtrent het met goed gevolg afgelegd hebben van een cursus waaruit blijkt dat zij beschikken over voldoende kennis en inzicht over de werking van drugsgebruik en de daaraan verbonden (gezondheids)risico’s;
20. de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren hebben een doorverwijsplicht naar de verslavingszorg als zij grond hebben of zouden moeten hebben voor het oordeel dat er sprake is van verslaving bij bezoekers van de
coffeeshop;
21. de stichting en de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren hebben aantoonbaar een actieve rol richting de verslavingszorg en andere instanties. Dit moet o.a. blijken uit regelmatige contactmomenten met de verslavingszorg, de politie, het leggen en onderhouden van contacten met overheidsinstellingen (waaronder de wethouder (gezondsheids)zorg en de burgemeester), onderwijsinstellingen, hulp- en dienstverlenende instanties;
22. de stichting sluit zich aan bij de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan en neemt hierdoor onder meer deel aan de collectieve horeca-ontzegging;
23. één keer per jaar vindt er in ieder geval een omwonendenoverleg plaats. Hieraan nemen ten minste een vertegenwoordiging van de stichting, de feitelijke exploitant, een afvaardiging van de omwonenden en de burgemeester deel;
24. in de coffeeshop mag alleen personeel werkzaam zijn dat voldoet aan de gedoogvoorwaarden, de gedoogverklaring en de exploitatievergunning;
25. een lijst van het actuele “personeelsbestand” van alle participanten in de stichting moet bij de gemeente worden aangeleverd;
26. wijzigingen (in het personeelsbestand en overige wijzigingen) worden binnen één maand bij de gemeente gemeld;
27. tijdens de openingstijden van de coffeeshop dient er altijd een beheerder in de coffeeshop aanwezig te zijn. Deze beheerder dient als zodanig te zijn vermeld in de gedoogverklaring en exploitatievergunning.


Ad c. de softdrugs

28. in de coffeeshop mogen slechts softdrugs worden aangeboden met een THC-gehalte dat lager is dan 15%;
29. softdrugs mogen uitsluitend in de inrichting – d.w.z. binnen het voor publiek toegankelijke lokaal – worden verkocht, afgeleverd of verstrekt. Niet buiten de
inrichting (via internet, telefoon, koerier, etc.) en ook niet via een loket of afhaalpunt aan de straat;
30. in de inrichting mogen geen andere verdovende middelen aanwezig zijn dan de  onder gedoogvoorwaarde 28 genoemde softdrugs;
31. aan één en dezelfde persoon mag in de inrichting per dag maximaal 5 gram aan softdrugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt;
32. dat aan de gedoogvoorwaarde onder 31 wordt voldaan, moet steeds kunnen worden aangetoond;
33. de maximale voorraad softdrugs die in de inrichting aanwezig mag zijn, mag niet meer bedragen dan 500 gram;
34. er mogen geen softdrugs in de vorm van etenswaar of drank worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn, zoals in de vorm van
spacecake.


Ad d. de overige producten


35. in de inrichting mogen geen alcoholhoudende dranken worden verkocht, afgeleverd of verstrekt, dan wel (daartoe) aanwezig zijn;
36. in de inrichting mogen in beperkte mate en ondergeschikt uitsluitend alcoholvrije dranken, etenswaren en aan softdrugs verwante klein-waren – zoals vloeitjes,
gripzakjes, aanstekers, etc. – worden verkocht, afgeleverd of verstrekt;
37. de producten als bedoeld in gedoogvoorwaarde 36 mogen alleen in de inrichting –d.w.z. binnen het voor publiek toegankelijke lokaal – worden verkocht, afgeleverd of verstrekt. Niet buiten de inrichting, zoals bedoeld in gedoogvoorwaarde 29.


Ad e. de bezoekers

38. in de inrichting mogen geen personen aanwezig zijn die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. Aan deze personen mogen door of door middel van de
coffeeshop geen softdrugs (doen) worden verkocht, afgeleverd of verstrekt;
39. bezoekers van de coffeeshop dienen ingezetenen van Nederland te zijn. Onder ”ingezetenen van Nederland” worden verstaan: personen die op de datum dat zij zich in de inrichting bevinden, in Nederland hun vaste woonadres hebben, blijkend uit de Basisregistratie Personen (BRP);
40. aan personen die geen ingezetenen van Nederland zijn mogen geen softdrugs (doen) worden verkocht, afgeleverd of verstrekt;
41. de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren dienen zich ervan te verzekeren dat degene aan wie zij softdrugs verkopen, afleveren of
verstrekken, ingezetenen van Nederland zijn;
42. de bezoekers van de coffeeshop dienen te beschikken over een geldig Nederlands legitimatiebewijs (paspoort, identiteitskaart, verblijfsdocument en/of rijbewijs). De personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren dienen dit te controleren.


Ad f. de administratie


43. naast het voeren van de volgens de Algemene wet Inzake Rijksbelastingen verplicht gestelde administratie, moet een verkoopboek, inkoopboek en kas- of giroboek betreffende de (alle) aankoop en verkoop van softdrugs worden bijgehouden. Deze administratie dient inzichtelijk en overzichtelijk te zijn;
44. de onder gedoogvoorwaarde 43 genoemde administratie dient steeds in de inrichting aanwezig te zijn en dient te worden bewaard gedurende een periode van tien jaar; 
45. de stichting dient jaarlijks een bewijs van goed betaalgedrag van de Belastingdienst te overleggen aan de gemeente, als bedoeld in artikel 1.1.12 van de Leidraad Invordering 2008. Dit dient te gebeuren telkens één maand vóór het verstrijken van ieder jaar, gerekend vanaf de datum van verlening van de exploitatievergunning en gedoogverklaring. Het bewijsstuk mag niet ouder zijn dan twee maanden;
46. een afschrift van het personeelsbestand als bedoeld in gedoogvoorwaarde 25 moet steeds in de inrichting aanwezig zijn ten behoeve van controles door o.a.
gemeentelijke toezichthouders of politieambtenaren;
47. een exemplaar of afschrift van de geldende exploitatievergunning en gedoogverklaring moet in de inrichting aanwezig zijn ten behoeve van controles door
o.a. gemeentelijke toezichthouders of politieambtenaren.


Ad g. de exploitatie

48. de inrichting mag uitsluitend geopend zijn tussen 10.00 uur en 22.00 uur. Buiten deze tijden dient de inrichting gesloten te zijn;
49. buiten de openingstijden dient voor het publiek duidelijk te zijn dat de inrichting gesloten is. Dit moet blijken uit uiterlijke kenmerken, zoals een aanduiding ”gesloten”, de vergrendeling van de toegang, het uitdoen van de verlichting, etc.;
50. tijdens de openingstijden van de inrichting dient altijd ten minste één beheerder in de coffeeshop aanwezig te zijn;
51. in de inrichting mogen zich geen kansspelautomaten bevinden, overeenkomstig de Wet op de Kansspelen;
52. tijdens de openingstijden van de inrichting dient altijd ten minste één portier bij de toegang van de inrichting aanwezig te zijn. De portier(s) dien(t)(en) te voldoen aan het gestelde in de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus (WPBR). De functie van portier mag niet worden verricht door anderen dan degenen die voldoen aan de WPBR;
53. de exploitatie van de coffeeshop gebeurt zodanig dat daarbij of ten gevolge daarvan geen overlast ontstaat in welke vorm dan ook, in de directe omgeving van de coffeeshop. In ieder geval de portier en de beheerder en feitelijke exploitant treden op in geval van overlastsituaties;
54. softdrugs mogen uitsluitend tegen betaling in de vorm van binnen Nederland geldende valuta worden verkocht, afgeleverd of versterkt. Verkoop, aflevering of
verstrekking van softdrugs om niet, in ruil voor goederen, onderpand of anderszins, is niet toegestaan. Dit geldt ook voor de overige producten die in de inrichting
worden verkocht, afgeleverd of verstrekt;
55. in de inrichting, buiten het zicht van passanten, moet op een voor bezoekers zichtbare en begrijpelijke wijze de prijslijst van producten, waaronder softdrugs
worden kenbaar gemaakt;
56. het is niet toegestaan om reclame te maken voor de verkoop vanuit de coffeeshop van softdrugs of andere producten. Dit geldt voor iedere (reclame-)uiting die vanaf de openbare ruimte de aandacht vestigt op, dan wel de verkoop, aflevering of verstrekking van softdrugs en andere producten in de inrichting bevordert of
anderszins stimuleert;
57. van gedoogvoorwaarde 56 is uitgezonderd de naamsaanduiding met bijbehorend onderschrift of logo die aan de inrichting mag worden aangebracht en waaruit
bezoekers kunnen afleiden dat in de inrichting softdrugs worden verkocht. Deze aanduiding dient te voldoen aan de toepasselijke wet- en regelgeving – o.a. het
bestemmingsplan en de welstandsnota – en behoeft voorafgaande goedkeuring van de burgemeester en -indien aangewezen als bevoegd gezag- van het college van burgemeester en wethouders;
58. op een voor bezoekers duidelijke plaats in de inrichting dient een voorziening aanwezig te zijn met daarin gratis voor bezoekers mee te nemen informatiemateriaal over o.a. de gevolgen van drugsgebruik voor de volksgezondheid, verslavingszorg, psychische hulp, etc;
59. de stichting en/of personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren, organiseren en stimuleren activiteiten met betrekking tot informatie en voorlichting over drugsgebruik gericht op particulieren, groepen en onderwijsinstellingen en onderhouden actief contact met gebruikers van drugs, over de gevolgen van drugsgebruik;
60. de stichting en/of personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren dragen actief bij aan het preventiebeleid, de verbetering van dit beleid en het controleerbaar houden van prijzen- er mag geen sprake zijn van woekerprijzen- in samenwerking met de (overheids)instellingen die betrokken zijn bij het toezicht en de handhaving van de gedoogde handel in softdrugs. Voor zover mogelijk wordt voorlichting gegeven over de herkomst en samenstelling van de softdrugs; 

61. de stichting en de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren moeten toestaan dat toezichthouders van de gemeente, politieambtenaren, dan wel andere bevoegden die belast zijn met de handhaving van de met de exploitatie van een coffeeshop verband houdende wet- en regelgeving regelmatig controles uitoefenen in en naar de coffeeshop, de inrichting en de directe omgeving daarvan. De stichting en de personen die vanuit de stichting de coffeeshop feitelijk exploiteren verlenen alle medewerking aan deze controles. In het bijzonder verschaffen zij van de coffeeshop op eerste aanvraag de exploitatievergunning en gedoogverklaring en andere administratie, genoemd onder

Ad f van de bovengenoemde gedoogvoorwaarden.
62. de stichting dient te handelen conform haar statuten en legt binnen vier maanden na afloop van een kalenderjaar over dat jaar verantwoording af aan de burgemeester over het gevoerde beleid en de bestedingen van de coffeeshop en de stichting;
63. de statuten dienen te voldoen aan de hiervoor gestelde (wettelijke) eisen ten aanzien van de doelstelling, de besteding van middelen en de samenstelling van het bestuur.

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie