
Raad van State veroordeelt vakantiepark De Konijnenberg in Harderwijk voor niet optreden tegen permanente bewoning
24 december 2025 om 16:45 PolitiekHARDERWIJK Recreatiepark De Konijnenberg in Harderwijk is terecht een dwangsom opgelegd voor het in strijd met de regels permanent laten bewonen van vakantiewoningen op het park. Dat is het oordeel van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het gaat om een bedrag van tienduizend euro per maand met een maximum van zestigduizend euro.
Wijnand Kooijmans
De uitspraak staat los van de individuele dwangsommen die zijn opgelegd aan de bewoners van recreatieverblijven. In dit geval vindt het college van Harderwijk dat het park ten onrechte de permanente bewoning toestaat. Met de uitspraak wordt het vonnis van de rechtbank Gelderland bekrachtigd.
Door toezichthouders van de gemeente is meerdere keren vastgesteld dat vakantiewoningen permanent worden gebruikt. Naar aanleiding van het bezwaar van De Konijnenberg oordeelde de rechtbank dat de eigenaar van het park moet zorgen dat de permanente bewoning van vakantiehuisjes wordt beëindigd.
BEWONERS
De Konijnenburg voerde bij de Raad van State aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het Harderwijkse college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat vakantiewoningen permanent worden beoogd. Volgens het park is dit alleen gebaseerd op verklaringen van bewoners. Dat die hebben aangegeven dat er ‘gewoond’ wordt betekent, zo voert het park aan niet automatisch dat het dan gaat om permanente bewoning.
Ook is de eigenaar van het park van mening dat men de overtredingen, indien daarvan al sprake was, had kunnen voorkomen. De toezichthouders hebben in totaal dertien verschillende recreatieobjecten op het park gecontroleerd. Drie gebruikers gaven aan dat de einddatum van de permanente bewoning niet bekend was. Eén van de bewoners gaf aan al acht jaar permanent te wonen op het park.
FEITEN
Naar het oordeel van de Raad van State heeft het college voldoende feiten en omstandigheden vastgesteld die duidelijk maken dat er permanent gewoond wordt op het park. Het ligt op de weg van De Konijnenberg de feiten te weerleggen en daarin is men, naar het oordeel van de betreffende Afdeling niet in geslaagd.
Volgens de Afdeling is niet gebleken dat De Konijnenberg enig onderzoek heeft gedaan naar de aard en omvang van het gebruik van de recreatieobjecten op het park. Als eigenaar van een perceel met verschillende recreatieobjecten had dat, zo oordeelt de Afdeling, wel op de weg van de eigenaar van het park gelegen.
ONDERZOEK
De Konijnenberg heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij in het geheel geen onderzoek kon doen naar de permanente bewoning, zo wordt geoordeeld. De enkele omstandigheid dat De Konijnenberg in huurcontracten heeft opgenomen dat permanente bewoning niet is toegestaan is, naar de mening van de Afdeling van de Raad van State, onvoldoende voor de conclusie dat zij niet wist en niet kon weten dat de recreatieobjecten op het perceel permanent worden bewoond. De uitspraak van de rechtbank dat het Harderwijkse college De Konijnenberg als overtreder heeft aangemerkt wordt dan ook bevestigd.

















