Boerderij De Veldhoef speelde een centrale rol in het verzet en bestaat nog steeds.
Boerderij De Veldhoef speelde een centrale rol in het verzet en bestaat nog steeds. Veldhoef

The Keystone Paper | Het verzet rond Gerven; boerderij De Veldhoef aan Veldwijkweg speelde centrale rol

13 april 2025 om 17:30 Historie

VELUWE In Putten opereerden met name de Landelijke Knokploegen (LKP) en de Raad Van Verzet RVV). Het bosrijke gebied in en rond Gerven vormde een ideale basis voor het verzetswerk. De LKP besloot het gebied in Gerven zelfs te gaan gebruiken voor wapendroppings. Het waren verzetsgroepen uit Rotterdam en Apeldoorn die elkaar troffen op de boerderij de ‘Veldhoef’ aan de Veldwijkweg. Als er droppings gepland waren, werkten ze samen en troffen ze elkaar bij Hendrik en Trientje Timmer.

Evert de Graaf

In de nacht van 28 op 29 augustus 1943 vond de eerste wapendropping daar plaats, op droppingzone Yew. Het codebesluit voor deze dropping, uitgezonden door Radio Oranje luidde: ‘Het komt weer als mosterd na de maaltijd’. KP’ers uit Apeldoorn en Rotterdam vonden onderdak in dit gebied in schaapskooien, hutten en in enige boerderijen. De groep van Herman Gelderman, verzetsnaam ‘Bart Drop’, vanwege zijn nauwe betrokkenheid bij de droppings van wapencontainers. Van de groep-Gelderman maakten twee zoons en een dochter van de afgezette burgemeester M.L.van Geen en ook Hendrikus van de Langemheen van de Huddingweg en Evert, de zoon van Teus en Aaltje van den Brink, deel uit. In zijn totaal bestond deze stootgroep uit 17 leden. ’s Nachts sliepen ze op boerderij De Veldhoef, maar overdag bivakkeerden ze op Gagelwijk, waar meer afleiding was. Daar werden wapens opgeslagen en allerlei verzetsacties werden er besproken. Aaltje, de vrouw van Teus, was een gelovige vrouw. Zij leefde in vast vertrouwen: ‘Geen kwaad zal ons genaken, de Heer zal ons bewaken.’

AARTJE VAN DEN BRINK

Zoon Evert was betrokken bij een paar zeer riskante acties, waar hij niets over losliet. Zijn zus Aartje werd ook af en toe betrokken bij het verzetswerk. In de zomer van 1944 moest zij in Apeldoorn, met een geleende fiets, wapens ophalen. Op de terugweg, met in de koffer een aantal handwapens, werd zij bij restaurant Zondag in Garderen aangehouden door Duitse militairen. Haar fiets werd gevorderd, maar de koffer werd gelukkig niet gecontroleerd. Daar ze voor de spertijd weer thuis wenste te zijn, besloot ze te gaan liften. Al spoedig stopte er een Duitse legerauto, die haar als knappe, jonge vrouw graag wilde meenemen. De Duitsers waren op weg naar Amsterdam en de bijrijder zocht een plek op het brede spatbord van de auto, zodat Aartje met de koffer in de cabine kon plaatsnemen. In Voorthuizen kon ze uitstappen en wist ze bij kennissen een andere fiets te lenen, waarmee ze de terugreis naar Gerven kon ondernemen. Zo kwamen de wapens uiteindelijk in het bezit van de verzetsgroep.

BOESCHOTEN

De groep-Gelderman was zeer actief, niet alleen in Putten maar ook elders op de Veluwe, vooral op Boeschoten. Bij de zeer eenzaam gelegen boerderij van M. Schimmel hadden ze een schuilhut gebouwd, die ze ‘Maupertuis’ noemden. Op Boeschoten werden ook af en toe wapendroppings gehouden. De groep voerde overvallen uit op politiebureaus om wapens te bemachtigen. Ook boden ze hulp aan Joodse onderduikers. Die kregen bijvoorbeeld een tijdelijk onderkomen in een ondergrondse hut bij het Moordgat, op Gerven, in de buurt van de boerderij De Veldhoef. Ook werd er hulp geboden aan piloten, waarvan de vliegtuigen door de Duitsers waren neergehaald. Via sluiproutes werden bemanningsleden naar het bevrijde zuiden van het land gebracht. Voorts waren er aanslagen op spoorlijnen om Duitse legertransporten te saboteren. Zelfs werden er af en toe liquidaties op gevaarlijke NSB’ers uitgevoerd.

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie