Oud-stadsdichter Wietse Hummel: ‘Poëzie is een spel’

13 augustus 2020 om 23:12 Cultuur

Serieus, abstract en soms met humor. De gedichten van Wietse Hummel hebben vaak een diepere betekenis. Met weinig woorden wil hij veel duidelijk maken. Als Stadsdichter schreef hij in de periode 2016-2018 ook over gebeurtenissen in Harderwijk. “En een gedicht is bij mij nooit af.”

Marco Jansen

HARDERWIJK - Wietse Hummel (60) werkt al 37 jaar bij de gemeente Harderwijk, sinds 2018 onderdeel van Meerinzicht. Hij begon bij de sociale dienst, was beleidsadviseur welzijn en onderwijs en is nu zeven jaar communicatieadviseur. Door aangeboden opleidingen en het maken van switches is hij nog steeds graag in het Huis van de Stad. In coronatijd werkt hij vooral thuis.

In zijn vrije tijd is theater en schrijven zijn favoriete bezigheid. Al vanaf zijn 13e heeft Hummel een voorliefde voor poëzie. “Ik probeerde songteksten te vertalen en schreef als jonge puber zelf gedichten. Een beeld, geluid of situatie legde ik vast met korte zinnen. In korte bewoordingen veel informatie duidelijk maken. Zo ontstond poëzie.”

In 2001 won hij een prijs bij een poëzie prijsvraag voor Nederlandse, Belgische en Zuidafrikaanse gedichten. Hummel was ook nadrukkelijker aanwezig bij de literaire stichting Apollo, die in Harderwijk bijeenkomsten met schrijvers, poëziemiddagen en open podium organiseert. Zo kwam op aanraden van eerste stadsdichter Joz Brummans de voordracht van het stadsdichterscomité om Hummel te benoemen tot Stadsdichter. Dat was hij van 2016-2018. “In die periode van drie jaar schreef ik jaarlijks zo’n 25 gedichten. Wat laagdrempeliger, gefocust op gebeurtenissen in de stad. Eén van mijn laatste stadsgedichten was het gedicht over de muziekkoepel in het Plantagepark, op verzoek van architect Fred Kapelle. Ik ging ook door met gewone gedichten en had dan de vrijheid om meer bij mijzelf te blijven. Soms heb ik middenin de nacht een idee. Ik schrijf het op en ga er mee aan de slag. Ik boetseer aan de vorm en het ritme. Mijn gedichten zijn meestal serieus en abstract, en soms zit er humor in. Poëzie is ook een spel en een gedicht is bij mij nooit af.”

Hummel woont vlakbij de binnenstad, is getrouwd en heeft een dochter. De laatste jaren dicht hij steeds meer over wat hij meemaakt. In 2016 bracht hij de bundel Ingebeelde vergezichten uit. Tijdens de lockdown schreef hij een aantal gedichten over de impact van corona. “Deze beschrijven de eenzaamheid, verwarring en de emotie. Eén gedicht gaat over het vreemde effect van wat corona in het begin met ons deed. Maar ook de angst en het argwaan en wat het persoonlijk met je doet, als alles op afstand gebeurt. We leefden in een tijd van handen geven en knuffelen. Eén van de slotzinnen is: ‘Hoeveel doden moeten er zijn om jou nog in levende lijve te kunnen zien?’

Hummel beschrijft ook andere actualiteiten. Zijn laatste gedicht is: ‘De schaamteloosheid voorbij’. “Daarin benoem ik het onbeschaamde gedrag in de samenleving en het anti-Europa sentiment.’’

Hummel zou zich eind mei, vlak voordat musea de deuren weer mochten openen voor publiek, een avond laten opsluiten in het Stadsmuseum. Een idee dat ook stadsdichters hadden opgevat in Amsterdam, Gouda en Leiden in musea en theaters. “Ik wilde weten wat een leeg museum met mijn gemoedstoestand zou doen en wat er in me opkwam als ik alle tijd nam om naar een schilderij te kijken.” Een acute blindedarmontsteking stak daar een stokje voor. Inmiddels is hij weer gezond.

Hummel, mede-oprichter van Theaterwerkplaats Harderwijk, schrijft ook verhalen en columns. Hij is vaste dichter bij het muziekprogramma El Mundo van Ab de Haas en doet redactiewerk bij uitgeverij Gopher. www.eenwitz.com

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie