Column
29 juli 2021 om 07:15Bang cadeautje
In mijn eigen kleine laantje donderde zomaar een prachtig cadeau naar beneden uit een immens hoge oude eikenboom. Ietsjepietsje rechts voor mijn neus, want ik liep op het asfalt en die grote boom staat pontificaal, samen met andere eiken, reusachtig te pronken in de berm. Ik bleef letterlijk stilstaan bij de vallende verrassing.
Het vallen duurde minder dan een seconde, maar toch zag ik wat het was. Aan de kleur. Glanzend roodbruin. En zacht. Een hebbedingetje dat ik zo graag eens een keer in mijn handen zou willen houden. Het was een mini-eekhoorntje, een beginnend puber beest. Het kon alles, maar wist de weg nog niet.
Stiekem hoopte ik dat het eekhoorntje dusdanig verwond zou zijn, zodat ik het arme beestje in mijn eigen huisje en handen kon redden. En knuffelen. Mogelijk een band mee opbouwen, zodat het beestje, als het weer teruggezet zou worden in mijn laantje, bij mijn huis telkens eten ging zoeken.
Het kleine lieve mooie beestedingetje keek me aan met grote ronde, maar vooral zeer bange kraalogen. Stokstijf stil. Bijkomend van de grote dreun op de grond. En mogelijk de realisatie dat hij bij een sprong hoog in de boom net een verkeerde afslag had genomen. Plotsklaps. Expertise leer je door fouten te begaan.
Ik zag al snel dat het diertje niets mankeerde en mijn moederlijke verlangen om voor het kinder-eekhoorntje te zorgen niet beloond zou worden.
Het eekhoorntje bleef me maar aankijken. De bange blik in de gloeiende ogen verdween zeker niet. Het warme lijfje leek bevroren van angst. Het pluizige staartje was van een wonderschone pracht. Evenals het velletje. Zou ik het beestje proberen te aaien? Kun je, sowieso, een wezen liefkozen als het als-de-dood-zo-bang voor je is?
Ik deed mijn handen op mijn rug. Ten teken dat ik het eekhoorntje echt geen kwaad wilde doen. De oogjes bleven groot en ze puilden bijna uit van ontzetting.
In onze tuin aan het kleine laantje hebben we jaren geleden een walnootboom geplant. Voor de eekhoorntjes, maar eigenlijk voor onszelf, zodat we de diertjes in de herfst vrolijk springend boodschappen zien doen in onze boom.
Mijn linkerarm haalde ik langzaam en zachtjes achter mijn rug vandaag en wees naar de walnootboom. ‘Daar groeien speciaal voor jou heerlijke etenswaren’, zei ik. ‘En als je er eentje van de grond wilt pakken, kijk dan wel uit voor de honden, want die mafketels kunnen ter plekke de noten kraken in hun bek en het vruchtvlees opeten, maar jij bent veel handiger dan zij. Jij kunt razendsnel de hoge boom in springen!’
Ik liep weg van het kleine eekhoorntje en zag het lenig weer de boom in klimmen. Die val overleefde het diertje wel, maar een mens zo dichtbij ontmoeten was echt eng.
Ellenoor Piersma