Bep Scherpel, begin 1940.
Bep Scherpel, begin 1940. Annet Werkhoven

Het dagboek van mijn tante: ‘Met de hele school achter twee NSB’ers aan’

6 augustus 2021 om 07:26 Historie

HEUVELRUG Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft mijn tante Bep een dagboek bijgehouden. Al eerder heeft in deze krant haar verhaal gestaan over de evacuatie in mei 1940. Maar tante Bep heeft nog meer geschreven in die tijd. Haar ‘dagboek’ bestaat uit een aantal schoolschriften. Ze schreef wat onregelmatig, soms zit er wel een jaar tussen de verhalen. Het kan dus zijn dat ik dan een schrift mis.

Persoonlijk vind ik haar dagboek een mooi document. Het is door haar verhalen mogelijk om het dagelijks leven van mijn tante en mijn familie van dichtbij mee te beleven. Ik verwonder me dikwijls over de alledaagse dingen die mijn tante beschrijft. Soms lijkt het alsof er helemaal geen oorlog is. Bijna vijf jaar uit het leven van een tiener in een bijzondere tijd. Tante Bep begon met schrijven op haar 14e en het oorlogsdagboek is gestopt in de zomer van 1945, toen ze net 19 jaar was.

Uit het eerste schrift:

Oud-Loosdrecht. Zaterdag, 8 juni 1940

Nog even gauw een krabbeltje. Vandaag ben ik veertien jaar geworden. Vanmiddag is Annie Veefkind en Cootje geweest. Marga (Stecher) mocht niet, omdat ze ondeugend was geweest. Van Annie kreeg ik een etuitje met een kammetje en een spiegeltje. Van Cootje een mooie bos bloemen. Van Marga een mooi portemonneetje en een bosje lathyrussen en witte anjers met groen. Van moeder en vader kreeg ik een zilveren armbandje. Van Klaas een schooletui, van Kees een boek dat “De enige weg” heet. En nog een etuitje met een kammetje en spiegeltje. Nu verder geen nieuws.

Het tweede schrift is weg, maar het derde schrift is er wel en dat begint in oktober 1940:

Oud-Loosdrecht. Vrijdag, 4 october 1940

Vandaag heb ik een vrije dag van school, want de Snelliusschool zit vol met Duitse soldaten en nu hebben wij om de andere dag school. Wel aardig hoor. Vanmorgen heb ik de hele tijd zitten breien en na het eten heb ik soepgroenten klaargemaakt. Nu zit ik in m’n dagboek te pennen. Het is nu vijf minuten voor drieën. Om drie uur begin ik aan mijn huiswerk voor morgen, want ik heb aardig wat. Dus ik begin maar vast en vanavond ga ik verder aan m’n dagboek.

Oud-Loosdrecht. Woensdag, 9 october 1940

Vandaag hebben we de Franse repetitie terug gehad, maar hij viel me tegen. Ik had maar een vijf en een half. Hij is trouwens over ‘t algemeen slecht gemaakt. In onze hele klas was maar één negen. 

Vanmorgen zag vader vanuit een Engels vliegtuig gloeiende ballen vallen. We dachten eerst dat het lichtkogels waren, maar vader zei dat het brandbommen waren. 

Vanmiddag heb ik worteltjes schoongemaakt, zitten lezen en naar de radio geluisterd. Daarna heb ik huiswerk gemaakt. 

P.S. We hebben bij hotel Gooiland wacht aflossen gezien. Wat gaat dat prachtig!

Oud-Loosdrecht. Zaterdag, 12 october 1940

Ziezo, alweer het eind van de week. Volgende week krijgen we les van kwart voor elf tot kwart voor twaalf en van kwart voor drie tot kwart voor vijf. Niets leuk. Dan ben ik pas om half zes thuis. Mijn nieuwe jurk is nog niet klaar. Niets erg hoor. Mijn pasfoto heb ik vanmiddag opgehaald. Ik sta er niet zo bi op, maar ja, ik ben zoals ik ben. Moeder zegt: “Net heks Haaievel, maar in werkelijkheid zo zacht als een lammetje.” Om half elf stonden er bij school twee N.S.B.-ers met papieren van de Hitlerjugend. Om ze aan ons uit te delen, maar ze kwamen van een koude kermis thuis. Een jongen trok een hele stapel uit zijn handen en verscheurde ze meteen. Een ander verbrandde een hele stapel. Het werd een compleet relletje. Er werd nog gevochten ook. Toen kwam ‘lobbes’ (mijnheer Lobstein) eraan en zei dat we weg moesten gaan. Die twee lui gingen ook weg en de hele troep erachteraan. Ze gingen de Groest over en langs Grand hotel Gooiland en de halve school achtervolgde ze en maar joelen en uitjouwen en schreeuwen van “Oranje boven” en “Leve de Koningin”. Op de Groest kwam toevallig een hele groep Duitse soldaten voorbij. Daar moesten we (want ik was er ook bij) voor opzij en toen was het meteen stil. Maar opeens schreeuwde een klein joch “Oranje boven” en “Leve de Koningin”. We schrokken ervan.

Vanmiddag heb ik haast de hele tijd getold met een tol van mijn buurmeisje. Nu ben ik erg moe, want mijn voet is nog niet beter en dat hinken is vermoeiend. (Wordt vervolgd)

door Annet Werkhoven

De Groest in Hilversum in de jaren '30-'40.
Eerste bladzijde uit het dagboek van tante Bep (1940).