Anne-Marie Klaassen
Anne-Marie Klaassen (Foto: Wiesette Haverkamp)

Column: Knallend begin

  Column

De rook is opgetrokken. Het stof is neergedwarreld. De beste wensen met en zonder zoenen zijn uitgewisseld. Het vet van de oliebollen is gestold. Bij de één rond de heupen, bij een ander vooral op de buik. De spar mag zonder lampjes, slingers en ballen weer verder groeien in de tuin. Veel vuurwerkresten zijn opgeruimd, maar nog lang niet alles. En u dacht dat het geknal weer voor een jaar voorbij is? Dan heeft u dat mis.

Ik weet niet of u een liefhebber van vuurwerk bent? Ik niet. Ik vind het, eerlijk gezegd, gewoon eng. Ik vind vooral de jongelui spannend, die rotjes aansteken en weggooien zonder te kijken of daar nog iemand loopt of fietst. En ik vind ze hoogst irritant als ze me vervolgens opmerken en dan hard beginnen te lachen. Er is volgens mij niets grappigs aan.

Vuurwerk mag van mij verboden worden. Voor de miljoenen die dan niet meer in rook opgaan, weet ik wel een andere goede bestemming. Maar ik weet ook dat het geknal daarmee niet helemaal voorbij is. Bijna dagelijks kun je door anderen de stuipen op het lijf gejaagd worden. Als je niet uitkijkt, volgt er nog een botsing ook. En ja, de kans dat je dan sterretjes ziet is vrij aannemelijk. Of het wordt zwart voor de ogen… en je boodschappen rollen over straat.

Die zag je zeker niet aankomen? Je verwacht geen fietser op de stoep, terwijl je de supermarkt uitloopt met zware tassen vol boodschappen? Op zich vind ik dat wel logisch, want fietsen over de stoep is inderdaad verboden, behalve voor kleine kindertjes op loopfietsjes en driewielers.

Het moge duidelijk zijn: een verbod op vuurwerk en ook fietsen over de stoep is niet genoeg. Handhaving helpt zeker. Maar het is ook ieders eigen verantwoordelijkheid. Je hebt toch niet eerst een knal (voor je harses) nodig om dat te begrijpen?

Anne-Marie Klaassen

Meer berichten