Column: Gastvrij

  Column
Foto:

Hans belt nooit voor een verlossing. Maar nu had hij geen idee wat er met deze koe aan de hand was, vertelde hij me door de telefoon nadat hij zich eerst had geëxcuseerd voor het tijdstip waarop hij mij belde. "Je lag toch nog niet op bed?", vroeg hij, alsof het vreemd is wanneer je om 01.00 uur in je bed ligt…

Het probleem van koe 8941 lag in het feit dat haar baarmoeder gedraaid was. Daardoor was de baarmoederhals helemaal afgesloten. Een drachtige koeienbaarmoeder is als een grote zak waar een kalf in zit. Die baarmoeder kan, net als een vuilniszak, bij de opening draaien. Daardoor wordt de baarmoederhals in een wrong afgesloten.

Als dierenarts heb je dan de opdracht om de baarmoeder, met het kalf er nog in, de andere kant op te draaien om de wrong uit de baarmoedermond te halen. Dat is soms verdraaid lastig. Vooral als het een grote koe is of wanneer het kalf heel zwaar is. Met je arm diep in de koe probeer je dan het kalf een zwieper de goede kant op te geven.

Je moet dan wel heel wakker zijn, omdat je het geheel natuurlijk wel de goede kant op moet draaien. Soms wil het echt niet lukken en dan zit er niets anders op dan een keizersnede te doen om koe en kalf te redden.

Koe 8941 was geen klein beestje en ze stond volgens Hans ook al drie weken over tijd. Het kalf zou dus ook wel geen kleintje zijn. Met een ferme dosis overmoed – als je er zelf niet in gelooft, lukt het zéker niet – richtte ik al mijn kracht op het kalf. Daarbij even niet denkend aan de ergonomisch volstrekt onverantwoorde belasting van mijn schoudergewricht. Het kalf moet er immers hoe dan ook uit. En fysiotherapeuten moeten ook aan het werk blijven. Met rood aangelopen konen, hevig zuchtend en steunend, wist ik de baarmoeder 270 graden te draaien. Gelukkig de goede kant op, want opeens was daar alle ruimte in de baarmoedermond.

Maar waar bij een normale geboorte het kalf de rest van de geboorteweg oprekt om daarmee ruimte voor zichzelf te scheppen, was dat nu nog niet gebeurd. Op mijn voorstel dat ik weer naar bed zou gaan en dat Hans maar weer moest bellen wanneer het alsnog niet ging lukken met de geboorte van het kalf, reageerde Hans verschrikt. "Je gaat pas weg als het kalf er is", eiste hij. "Maar we moeten de koe even de tijd gunnen om op te rekken, dat kost zeker een uur", was mijn verweer. Ik vertelde Hans dat ik dan liever ga slapen, daarbij in ogenschouw nemend dat er die nacht meer dieren mijn diergeneeskundige aandacht, en nachtrust, zouden kunnen opeisen. "Oh, maar slapen kan je hier ook wel", zei Hans. "Naast mijn vrouw is nu een plekje vrij…"

Geschreven door Gerard van Eijden van Dierenartsen Animalcare

Meer berichten