[Column Betty de Wit] Metoo in 1947


Foto:
Column Betty de Wit

Metoo in 1947

  Column

Bij de start van het jaar even iets anders dan corona. Wie weet nog hoe petroleum ruikt of liever stinkt? Hoe lang de geur aan je handen blijft hangen? Vroeger gebruikte je het dagelijks, niet alleen om de kachel aan te maken, maar vooral voor het vullen van het petroleumstel. Daarop kon je heerlijk vis bakken of soepvlees trekken voor bouillon. Wie herinnert zich de petroleumboer, met zijn karretje door de straat, huis aan huis zijn klanten bedienend? Net als de melkboer, die dagelijks langs kwam met zijn melk en pap. Ik weet het nog goed.

Na mijn schooltijd - ik zal zo’n jaar of zestien, zeventien geweest zijn - hielp ik mijn moeder in de huishouding. De melkboer kwam ’s morgens om een uur of tien, een vrolijk liedje fluitend de achter trap op. Beneden aan de achterdeur gaf hij eerst even een belletje. Daar klonk zijn vrolijke stem me al tegemoet: “Dag lieve schat, kom in mijn armen”. En ik duwde een grote aluminium pan in zijn armen: “Doe maar acht liter melk”. We hadden een groot gezin, dus ging er per dag heel wat door. Met die man was niets mis.

Maar ja, die petroleumboer was een ander verhaal. Donderdags, tegen vijven kwam hij langs. Deze man was wat lui uitgevallen. In plaats van de trap op, ging hij steevast linksaf de werkplaats in, zodat ik met de kannen naar beneden moest. Deze petroleumman had bij de stoffeerder en de naaister het grootste woord en warmde zich bij de kachel. Op zich niets op tegen natuurlijk, hij moest ook door weer en wind. Alleen, deze man kon zijn handen niet thuishouden. Altijd moest hij met zijn vieze stinkpetroleum handen me aaien en aan me zitten. Nu was ik al een paar keer boos tegen hem uitgevallen, maar ja.

Tot die keer: “Twee kannen petroleum alstublieft”. En weer die stinkhanden om mijn gezicht en zijn afgewaaide praatjes. Ik werd zo boos, greep een leren riem die naast de kachel hing, en sloeg hem daar een paar keer keihard mee in zijn gezicht. Ik schrok er zelf van.

Een week later was hij er weer. “Moet je eens zien wat je verleden week gedaan hebt”. Dikke blauwe striemen ontsierden nog zijn gezicht. Ja, ik schaamde me wel, maar dan moest hij zijn handen maar thuishouden. Wel ging door me heen: hoe heeft hij dat gezicht aan zijn vrouw verklaard? In ieder geval was ik voortaan gevrijwaard van handtastelijkheden. Ik heb nooit meer last van die man gehad.

De 90-jarige Betty de Wit uit Harderwijk schrijft korte verhalen over haar belevenissen. Vorig jaar heeft ze het boek ‘Wat vertel je me nou?’ uitgegeven. Reageren? 

Bettydewit1930@gmail.com

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden